Uilskuiken.
Het begon allemaal op maandag 23 mei……
Ik kreeg te horen dat één van de reddingshonden, die het weekend ervoor getraind had op ons terrein, was aangevallen door een wel hele grote vogel. Eén van de aanwezige trainers wist te vertellen dat het waarschijnlijk om een oehoe zou gaan. Op dat moment heb ik er verder weinig aandacht aan besteed tot ik de volgende dag toch eens ging zoeken op internet naar de oehoe.
Ik ontdekte dat de oehoe een vrij zeldzame vogelsoort was. Een van de grootste soorten die in Nederland voorkomt maar dat ze voornamelijk leven en broeden in oude steengroeves in Limburg. Een heel enkele keer wordt er een verdwaalde oehoe gesignaleerd in een hoge kerktoren. Maar vooral werd duidelijk dat ze prijs stellen op een rustige leefomgeving. Dit allemaal gelezen te hebben trok ik voor mezelf de conclusie dat het toch wel erg onwaarschijnlijk was dat een oehoe het “lawaaiige” terrein van de DRM had uitgekozen als zijn leefgebied.
Toch kon het verhaal mij niet helemaal loslaten en dan met name de steengroeves die op internet genoemd werden als leefgebied van de oehoe. Steengroeve Limburg vs Puingroeve DRM; zat daar misschien toch een gelijkenis in. Daarom besloot ik dezelfde middag op een rustig moment met de beveiligingscamera’s de puinbulten af te zoeken, maar naar wat precies?
Na enige tijd gezocht te hebben naar iets wat er misschien helemaal niet was, stond ik plotsklaps met de camera oog in oog met een uilskuiken. Met een ietwat suffige blik in z’n ogen, die naar verhouding véél te groot waren voor z’n kop, kreeg voor mij het scheldwoord ‘Uilskuiken!!’ ineens iets tastbaars.
Daar zat de pluizenbol op een kleine richel van geschat zo’n anderhalve meter breed en 60 centimeter diep op een hoogte van 4 à 5 meter samen met z’n moeder.
Vanaf dat moment was één beveiligingscamera 24 uur per dag gericht op het schouwspel.
De eerste dagen na de ontdekking gingen voorbij waarbij overdag te zien was dat het jong veilig onder de vleugels van moeder lag. Wanneer het ’s avonds donker werd verliet moeder het nest om eten te zoeken om soms pas na een uur terug te komen met een rat of een vogel in haar bek. Dit deed ze meerdere keren per nacht. Het enige dat er dan te zien was waren twee grote ronde lichtpunten bewegend van links naar rechts reflecterend in het duister.
Na een week begon het uilskuiken steeds actiever te worden boven op het nest. Soms kreeg je het idee dat hij z’n moeder aan het uitdagen was door dicht op de rand van de richel te gaan staan wanneer z’n moeder uitgevlogen was om voedsel te zoeken. Ook ontdekte het uilskuiken rond deze tijd dat hij twee grote dingen op z’n rug had die konden bewegen (vleugels). De controle erover had ‘ie nog niet echt wat regelmatig leidde tot komische beelden.
Inmiddels waren er een week of twee voorbij sinds de ontdekking en het uilskuiken was al flink gegroeid, dusdanig dat de richel waarop hij zat wat aan de kleine kant begon te raken. Daarom besloot het uilskuiken op vrijdag 3 juni in de vroege ochtend op avontuur te gaan. Klauterend langs de steile wand van de puinbult probeerde hij zich een weg naar boven te banen, maar ondanks z’n scherpe klauwen werd er toch een afdaling ingezet naar een lager gelegen puinbult uit het zicht van onze camera’s.
Enigszins teleurgesteld maar vooral ongerust over het feit of z’n moeder hem nu nog wel kon vinden besloten we het toch nog even aan te zien en even geen werkzaamheden nabij de bult te verrichten waar het uilskuiken voor het laatst gezien was. Tijdens de twee nachten die volgden bleef het angstvallig stil op de camera ’s nachts, totdat op de ochtend na de derde nacht er ineens een kop boven een bult met prefab betonpaaltjes uitstak, ongeveer 30 meter van het nest waar hij enkele dagen eerder afscheid van had genomen. Hier had hij echt z’n plek gevonden en de weken die volgden zag je hem groeien en z’n donsvacht inruilen voor een echt verenkleed. Overdag verscholen zonder moeder in de buurt tussen het beton of achter wat struikjes die in de loop der jaren gegroeid waren op de bult. Elke avond rond dezelfde tijd wanneer het donker begon te worden zocht het uilskuiken een plekje hoger op de bult op zodat z’n moeder hem goed kon zien. Niet veel later kwam moeder dan ook langs met een vers gevangen rat of vogel.
Dit tafereel heeft zich enkele weken voor onze camera’s afgespeeld waarbij we zagen dat het uilskuiken steeds meer controle over z’n vleugels kreeg en zelfs korte stukjes begon te vliegen. Tot uiteindelijk op 23 juni, precies een maand na onze ontdekking, we de laatste beelden hebben vastgelegd in de vroege morgen. Of het allemaal is goed gekomen met het uilskuiken dat zullen we nooit weten. Maar voor ons als medewerkers bij de DRM was het in ieder geval een leuke ervaring.
Terug naar overzicht









